Wil je op de hoogte blijven van nieuwe writings? Vul hieronder je e-mailadres in en ik geef je per e-mail een seintje over nieuwe berichten.

Volg mij op social media

Back To Top

Wat kippen ons leren over productiviteit op de werkvloer

4 min leestijd

‘Hey Petra!

Bedankt voor je goede raad om meer richting te geven. Het helpt echt om mensen meer aan de goede dingen te laten werken. Maar ik worstel nog een beetje met productiviteit. Ik heb echt een aantal super goede medewerkers in m’n team, maar het resultaat is toch vaak teleurstellend. Heb jij misschien meer achtergrond die dit kan verklaren en me kan helpen?

Groeten,

Darryl’

Hey Darryl, (who the fuck is Darryl?)

Productiviteit bestaat uit heel veel facetten, dus er is ook heel veel over te vertellen. Maar als ik je mail lees over het hebben van goede mensen maar toch weinig resultaat, moet ik denken aan de TED talk van Margaret Heffernan. Ik denk dat die info voor jou ook heel zinnig is. Ik vat hieronder alvast de grote lijnen voor je samen, maar mocht je de hele talk willen zien dan vind je de link onderaan.

The super-chickens model.

In 1990 vroeg professor William Muir van de Purdue University zich af wat groepen meer productief kan maken. Hij bedacht hiervoor een experiment met kippen. De productiviteit van kippen is immers heel gemakkelijk te meten: je telt gewoon het aantal eieren dat ze leggen. Kippen leven in groepen en dus stelde hij twee groepen van negen kippen samen en liet die zes generaties lang doen wat kippen doen. De eerste groep was een gemiddelde groep die over het algemeen best productief was. De tweede groep stelde hij handmatig samen met stuk voor stuk superproductieve kippen; hij noemde dat de super-chickens. Na zes generaties maakte hij de balans op en vergeleek hij de productiviteit van beide groepen. Wat bleek…

Average good old worker group

De eerste – gemiddelde – groep met 9 kippen was gezond, lekker vol en goed-geveerd. En de ei-productie was met maar liefst 160% toegenomen.

Super-chickens group

De andere groep met de super-chickens was er veel slechter aan toe. Van de 9 kippen waren er nog maar 3 in leven. En de drie die nog leefden zagen er verschrikkelijk slecht uit. Ze hadden amper nog veren en waren heel mager. Deze super-chickens bleken zo agressief dat ze elkaar hadden doodgepikt. De individueel productieve kippen hadden hun succes enkel bereikt door het onderdrukken van de productiviteit van een ander.

If the only way the most productive can be successful is by suppressing the productivity of the rest, then we badly need to find a better way to work. And a richer way to live.

– Margaret Heffernan

MIT experiment.

Nu vraag je je wellicht af, hoe vertaalt dit zich naar mensen? Er bestaan ook genoeg productiviteitsexperimenten met mensen. Bijvoorbeeld een experiment uitgevoerd door MIT (Massachusetts Institute of Technology) waarbij ze honderden vrijwilligers opriepen en onderverdeelden in groepen. Vervolgens gaven ze de groepen lastige vraagstukken om op te lossen. En ook in dit experiment kwam duidelijk naar voren dat sommige groepen veel productiever waren dan andere groepen. En de best scorende groepen waren niet de groepen met de hoogste gezamenlijke IQ. Of die met 1 superster met een heel hoog IQ. De meest succesvolle groepen hadden 3 eigenschappen:

  1. Alle mensen in die groep scoorden hoog op empathie.

  2. Alle mensen waren evenveel aan het woord. Er was niet een of twee man die de boel domineerden, maar ook niemand die volledig ondergesneeuwd werd. Iedereen kreeg ongeveer evenveel ruimte.

  3. De meest succesvolle groepen had meer vrouwen.

Teams met de sterkste sociale verbondenheid presteren het best.

Interessante resultaten he. Wat kan je hier nu uit opmaken?

Volgens Margaret hebben we de laatste 50 jaar erg veel organisaties geleid volgens het super-chicken model. ‘We thought success was achieved by picking the superstars. The brightest man – or occasionally woman – in the room and gave them all the power and resources.’ En het resultaat is hetzelfde als in het kippenexperiment: veel agressie, slecht functioneren en verspilling. Onderlinge concurrentie creëren is dus niet de manier om vooruit te komen. Probeer daar ook binnen jouw afdeling ver van weg te blijven.

Daarnaast blijkt uit het MIT experiment dat sociale verbondenheid onderling juist wel enorm belangrijk is. De teams met de sterkste sociale verbondenheid zijn de teams die het best presteren. Wat mensen motiveert is de band en het vertrouwen dat ze onderling opbouwen. Maar dat vertrouwen opbouwen gaat niet vanzelf. Daar moet je actief aan bouwen. Dat doe je door tijd vrij te maken om elkaar echt te leren kennen. Om echt met elkaar te praten. En dat zorgt uiteindelijk voor vertrouwen en een cultuur van ‘helpfulness’. ‘Helpfullness outperforms individual intelligence.’ Helpfulness betekent dat je niet alles zelf hoeft te weten, maar dat je samenwerkt met mensen die goed zijn in het geven van en vragen om hulp. En dat is de kern van succesvolle teams. Zorg dus dat je hier echt tijd voor vrijmaakt in je team Darryl. En de productiviteit zal omhoog gaan. Maar geef het wel de tijd.

Mocht je de TED talk zelf willen bekijken, klik dan hier. Ik hoop dat dit je op gang helpt. Mail me gerust!

Werkze! Stay happy!

Wat vond je van deze post?